Stichting Het Haagsche Genootschap


Beschrijving van het promotie-onderzoek

“Het leren en de vorming van jongeren in digitale werelden”

Het project wil weten hoe jongeren hun vorming ter hand nemen via internet, los van traditionele opvoeders. Hoe bepalend is de technologie hierbij en welke idealen bestaan hierover? En spelen de traditionele opvoeders geen rol meer of leveren zij een heel andere bijdrage aan de vorming van jongeren?

Nieuwe technologische ontwikkelingen hebben geleid tot discussies over nieuwe idealen en eisen aan de vorming van jongeren. De school is niet de vanzelfsprekende plek waar de vorming van jongeren plaatsvindt en het internet wordt in toenemende mate een plaats waar jongeren gevormd worden. Traditionele wijzen van kennisoverdracht staan onder spanning, bijvoorbeeld doordat grotere informatiestromen meer druk leggen op het vermogen van jongeren om informatie te vinden, te selecteren en te verwerken. Nieuwe competenties zoals zelfsturing, flexibiliteit en kritische omgang met kennis worden belangrijker. Maar jongeren worden door nieuwe technologie ook uitgedaagd te experimenteren met de ontwikkeling van hun identiteit, met het aangaan van sociale relaties en met het geven van betekenis en zin aan hun leven. Het oefenen en experimenteren hiermee staat vaak niet los van het verkrijgen van nieuwe kennis, maar is hiermee juist sterk verweven. Echter we weten nog erg weinig hoe deze spontane vormingsprocessen verlopen en wat de rol van technologie hierbij is. Er is evenmin voldoende inzicht in de vraag of er hierdoor belangrijke veranderingen in het onderwijssysteem noodzakelijk zijn.  

Het project stelt zich ten doel om meer inzicht te krijgen in de idealen en praktijken van de vorming van jongeren in de 21e eeuw. Hoe verandert ons vormingsideaal in de 21e eeuw onder invloed van technologische ontwikkelingen? Welke visies bestaan hierover in de internationale en nationale literatuur en hoe wordt hierover gedacht door belangrijke sleutelfiguren zoals politici, wetenschappers en beleidsmakers? Hoe denken jongeren zelf over deze vormingsidealen en hoe brengen zij deze, al dan niet expliciet uitgesproken, in de praktijk wanneer zij actief zijn op het internet? Hoe gebruiken jongeren hun omgeving, hun ouders, hun leraren hierbij en welke rol zouden zij hierbij moeten en kunnen hebben? En (hoe) leiden deze veranderingen ook tot een vernieuwing van de zogenaamde educatieve opdracht: de rol van opvoeders en leerkrachten bij dit vormingsproces? In dit project wordt uitgegaan van een brede opvatting van vorming waarin kennisoverdracht en competentie bevordering, de vorming van sociale relaties, identiteitsvorming en zingevingsprocessen met elkaar in verbinding staan.

Het project wil enerzijds de meningen van beleidsmakers, wetenschappers, schoolbestuurders en andere sleutelfiguren ten aanzien van dit vraagstuk weten en samenbrengen in een publicatie en discussiestuk. Anderzijds wil het door een empirische studie van het internetgebruik van jongeren meer inzicht krijgen in hoe jongeren denken over hun vorming, en vooral ook hoe zij in de praktijk gebruik maken van nieuwe technologische ontwikkelingen om zichzelf te ontwikkelen. Zoeken jongeren bijvoorbeeld een ander soort vorming dan de vorming die zij op school aangeboden krijgen? En worden zij door technologie in staat gesteld om dit te realiseren? Waar biedt technologie hiertoe nieuwe mogelijkheden en waar werkt technologie juist beperkend? Beide doelstellingen worden in de uitvoering bij elkaar gebracht doordat uitspraken van sleutelfiguren worden voorgelegd aan jongeren, en sleutelfiguren wordt gevraagd om te reflecteren op de empirische bevindingen.

Nadere uitwerking

1) er wordt een inhoudelijke beschrijving gegeven van de manier waarop jongeren internet gebruiken en de bijdrage die dat aan hun vorming geeft. Om hier ook een goed kwalitatief beeld van te krijgen zal met een kleine groep van intensieve internetgebruikers een diepgaand onderzoek worden gedaan, zodat meer kwalitatieve gegevens beschikbaar komen dan alleen cijfers. Met deze jongeren worden diepte-interviews gehouden en men zal ook hun sociale netwerk grondig analyseren. Daarbij komt uiteraard ook aan de orde wie hun belangrijke voorbeelden zijn, door wie ze zich laten inspireren en welke rol belangrijke mensen in hun omgeving spelen, zoals (groot-)ouders, vrienden, leerkrachten, etc.

2)Inventariseren en analyseren van vormingsidealen voor de 21e eeuw. In het eerste jaar wordt een internationale review geschreven die een overzicht geeft van huidige trends binnen het educatieve domein die nauw in verband staan met technologie (zoals connected learning of open learning ecologies). Er wordt een consortium gevormd met specialisten en experts uit de praktijk (o.a. beleidsmakers, filosofen, schooldirecteuren, bestuurders) die worden geïnterviewd over de vraag welke uitgangspunten en idealen zij zien ten aanzien van de vorming van jeugdigen in de 21e eeuw, mede in het licht van nieuwe technologische ontwikkelingen.

Noodzaak tot het project en opbrengsten

Veel onderzoek richt zich direct op de vraag welke innovaties mogelijk zijn binnen het onderwijs, zonder diepgaande kennis van de leer-en vormingsprocessen van jongeren die zij spontaan ondernemen. Dit project voorziet in deze leemte. Heel concreet zal het project op dit punt een promotie opleveren. Daarnaast zullen presentaties voor een breder publiek (scholen, beleidsmakers, besturen) over deze resultaten worden gehouden. Voorts levert het onderzoek een discussiestuk op voor een breder publiek, dat beschikbaar wordt gesteld via het web en de netwerken van het consortium. De basis hiervoor is een internationale literatuurreview alsmede de gehouden interviews met het consortium en andere sleutelfiguren. Hierin worden toekomstvisies op het onderwijs geïnventariseerd en besproken. Rondom deze publicatie is een symposium voorzien.     

Beoogde samenstelling van de projectgroep:

Promotor: Prof. M. J. de Haan, Universiteit Utrecht Co-promotor: Dr. C. van Kruistum, VU Amsterdam